Tanden > overkappingsprothese

Een overkappingsprothese ziet er in feite uit als een normaal kunstgebit. Echter, een kunstgebit rust volledig op het tandvlees terwijl een overkappingsprothese rust op 'pijlers'. Deze pijlers zijn enkele tot net boven het tandvlees afgeslepen eigen tanden. Meestal worden hiervoor de hoektanden gebruikt als deze nog aanwezig zijn.

Bij een normaal kunstgebit dat rust op alleen tandvlees slinkt na verloop van tijd de onderkaak. Dit komt omdat op het kaakbot geen druk meer wordt uitgeoefend. Bij een overkappingsprothese wordt via de pijlers nog steeds druk uitgeoefend. Het grote voordeel hiervan is dat uw kaak minder snel zal slinkt ern dus langer vol blijft uitzien.

Voordat de tandarts de overkappingsprothese plaatst maakt hij eerst een afdruk van de vorm van uw gebit. Deze afdruk gaat naar een tandtechnisch laboratorium. Bij uw volgende bezoek zal de tandarts de pijlers maken en direct aansluitend de overkappingsprothese.

Om een pijler te maken slijpt de tandarts de tand af tot boven het tandvlees. De wortel van de tand vult hij op waarna de tand wordt afgesloten met een vulling. Daarna trekt hij de overige tanden waarop hij direct de prothese plaatst.

Soms blijkt na enige tijd dat de prothese niet vast genoeg zit. Dan kunnen er in de wortels van de pijlers drukknopjes geplaatst worden. Of er kunnen gouden kapjes op de wortels geplaatst worden met een staafje ertussen. Soms kan de overkappingsprothese die u al heeft hierop aangepast worden maar vaak moet er een nieuwe gemaakt worden. Na de aanpassing gaat de prothese wel vaster zitten. 

Klinieken zoeken:

Toon klinieken

Kijk op de Independer website voor een overzicht van vergoedingen voor plastische chirurgie door ziektekostenverzekeraars in 2018